BoomTelling

BoomTelling | TreeCount
Martine Nijhoff │ Anders Veltkamp │Pieter Veltkamp

BoomTelling is een foto-tekstboek, een cross-over tentoonstelling van foto’s met een audio narratief, en een publieksprogramma.

BoomTelling wil mensen prikkelen om na te denken over onze relatie met de natuur, en in het bijzonder over onze relatie met de boom.

BoomTelling combineert 1288 fotoportretten van bomen met een narratief. Via fictie, autobiografie, brieffragmenten, citaten van denkers en schrijvers, en fragmenten uit wetenschappelijke en journalistieke artikelen, deelt het hoofdpersonage haar ontdekkingsreis en transformatieve proces, dat startte met het tellen van bomen.

BoomTelling is de weerslag van een onderzoek maar evenzeer een persoonlijke evocatie. Maar bovenal is het een getuigenis van onze eerbied voor de boom, deze complexe levensvorm die méér is dan alleen nuttig voor ons.

‘Ik adem de zuurstof in die de bomen uitademen,‘ schrijft de hoofdpersoon in het boek.
Ze doet verslag van haar onderzoek, van haar proces, van de fascinatie voor bomen die ze heeft ontwikkeld sinds ze is begonnen met het tellen van bomen op een stukje land in Italië. Bomen die in de loop van 35 spontaan zijn opgegroeid op een paar braakliggende akkertjes, en die inmiddels een klein bos vormen.
‘Ik adem de CO2 uit die bomen nodig hebben om te groeien. We zijn met elkaar verbonden.’

Ergens onderweg naar ons moderne, westerse, welvarende leven zijn we het gevoel verloren dat we deel uitmaken van de natuur. Niet alleen het rationele besef, maar vooral het gevoel dat we verbonden zijn met de natuurlijke wereld, onze intimiteit met de natuur, zijn we kwijtgeraakt.
We hebben onszelf een ‘wieg van steen en cement’ gebouwd, zijn opgegroeid met een antropocentrisch wereldbeeld en het idee dat we boven de natuur staan. Dat de natuur er is om ons ten dienst te zijn, dat we haar naar eigen goeddunken en voor ons gewin mogen exploiteren.
Dat idee is zo diep ingesleten dat ons geweten tot zwijgen is gebracht.

In ons denken, onze systemen, prevaleert cognitie boven gevoel. In het neoliberale kapitalisme, is geen plaats voor gevoel, alleen voor zakelijkheid. Ons wereldbeeld heeft onze gevoelsbanden met de natuur doorgesneden.
Dit komt met een prijs: de bossen, de oceanen, de hele natuurlijke wereld, bevinden zich in een deplorabele staat. Een klimaatcatastrofe en een zesde uitstervingsgolf tekenen zich af. Ons voortbestaan wordt bedreigd.
Zolang we binnen cognitieve denk- en omgangskaders oplossingen voor deze problemen zoeken, zullen deze vooral meer van hetzelfde zijn. Ze zullen uitgaan van dezelfde denkfout, en daarmee alleen maar bijdragen aan verdere ineenstorting.

We hebben een hervinden van ons gevoel nodig om een kanteling in deze pathologische omgang met de natuurlijke wereld tot stand te brengen. Zodra we niet alleen weten, maar ook en vooral voelen dat wij en de natuur één zijn, wordt een fundamenteel andere omgang met de natuur vanzelfsprekend.
Die fundamenteel andere omgang met de natuur is noodzakelijk willen we de samenhangende crises waar we voor staan nog enigszins beteugelen.

BoomTelling gaat over de existentiële vragen van deze tijd: hoe staan wij als westerse verstedelijkte mens tegenover de natuur? Waarom denken wij het recht te hebben om bomen – vaak ouder dan we ons kunnen voorstellen – te kappen voor ons gewin? Hoe bestaat het dat we de dreiging van een klimaatcatastrofe niet serieus nemen en adequaat aanpakken? Hoe gaan we om met de wetenschap dat we de oorzaak zijn van de teloorgang van de natuur en wellicht van de wereld? Hoe moet je leven in het zicht van een dreigende ondergang? Wat doet dit met onze psyche? Hoe houd je hoop? Wat is nog van waarde als er geen toekomst is?

Boomportretten

Het tellen van de bomen leverde een serie van 1288 foto’s op: boomportretten.

Elke boom is op dezelfde wijze in beeld gebracht. De herhaling en de consistente manier van fotograferen schept eenheid in de foto’s, zodat ze bij elkaar horen, als een bos.

De foto’s zijn het resultaat van een feitelijke en praktische inventarisatie, bedoeld om de vraag te beantwoorden in hoeverre ze onze CO2-schuld compenseren. De onderschriften (nummer, soort, omtrek van de stam) maken ook duidelijk dat het hier een inventaris betreft. De hoeveelheid CO2 die bomen opnemen afhangt van de grootte van de boom, en dus van de omtrek van de stam.

Tegelijkertijd roepen de portretten de associatie op met foto’s uit een jaarboek van een school. Elke boom wordt door middel van een eigen portret getoond – ahw voorgesteld. Als een individu, temidden van zijn ‘peers’ : de andere bomen in het bos. De kenmerken functioneren nu als individuele kenmerken, die belangrijk zijn voor de boom: omtrek, soort.

Het statement dat we daarmee maken is dat bomen als autonome levende wezens met een intrinsieke waarde moeten worden gezien.

Tekst

Misschien pompt de boom op deze manier water door de stam omhoog.
Zoals ons hart ons bloed rondpompt.

III

‘Bomen lijden wanneer men ze kapt. En ook kunnen ze vreugde voelen,’ zegt de Mahabharata. Als een blad wordt aangevreten, voelt de boom pijn.
Ja, bomen kunnen pijn voelen. Dat wil zeggen: ze maken een stofje aan dat pijn kan dempen en waarom zouden ze dat anders doen?
Kun je je voorstellen wat ze voelen als er takken van ze worden afgezaagd?
Ik moest ook meteen denken aan boom 51: conifeer met ingegroeid stuk tuinslang. Ik schaam me dat we die boom zo hebben toegetakeld, als een hond met een veel te strak touw om zijn nek.
Nu bekend is dat een boom inderdaad pijn kan voelen, is het dan vreemd om te veronderstellen dat hij ook vreugde kan ervaren?
Ik vind van niet.

IV

Het pijnsignaal van een boom verplaatst zich met een snelheid van 1 centimeter per minuut.
Boomtijd is traag.

V

Het wordt nog mysterieuzer, Finn.
Bomen kunnen zich dingen herinneren. Ze hebben een geheugen. Berken kunnen een gebeurtenis zelfs vier jaar onthouden, heeft iemand uitgezocht.
Vier jaar! En ze leren. Dat wil zeggen: ze kunnen hun gedrag aanpassen als reactie op iets wat ze in het verleden hebben meegemaakt. Ze kunnen situaties analyseren, terugkoppelen, waar nodig bijsturen. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat bomen intelligent zijn. Ik ben geneigd het met ze eens te zijn.

Brieffragmenten en compacte – soms ook langere – teksten vertellen over de ambivalentie van de hoofdpersoon, haar leven tussen de grote stad enerzijds en het platteland van Italië anderzijds. Over hoe ze zich op en top stedeling voelt, maar ook grote behoefte heeft om zich met natuur te omringen. Omdat ze zich zorgen maakt over haar ecologische voetafdruk vat ze het plan op om de bomen die op hun land zijn opgegroeid – ooit kale akkers, waarvan ze als stadsmensen niet wisten wat ze ermee moesten doen – te gaan tellen. Tegelijkertijd verdiept ze zich in het wezen van de boom. Ze ontdekt de soevereiniteit van dit complexe wezen en hoe ingenieus en superieur bossystemen zijn. Ze verdiept zich in de klimaatproblematiek, en in de vraag hoe het komt dat we zo onverschillig en destructief omgaan met de natuurlijke wereld. Over dit alles schrijft ze brieven, verzamelt ze teksten en citaten.

Ze onderzoekt ook haar eigen relatie met bomen, en met de natuur in zijn geheel. Wat ze leert maakt haar nederig, en ze verlangt ernaar om een diepe verbondenheid te voelen, een wederkerigheid, zoals oorspronkelijke volkeren die kennen, maar denkt dat ze dit vermogen door het opgroeien in de stad is kwijtgeraakt. Ze leert de ernst en de omvang van de klimaatcrisis kennen, en heeft even hoop dat de coronapandemie een kentering teweeg kan brengen, een kantelpunt in het denken over onze omgang met de natuur. Dat blijkt een illusie. Ze neemt de radicale keuze om zich terug te trekken op het stukje grond in Italië, als hoeder van bomen, die ze heeft geteld.

Een speciaal boek

Met uitgever Steven Hond van uitgeverij Komma, en vormgever Bob van Dijk maken we een speciaal boek met een bijzondere vormgeving.
Alle 1288 boomportretten worden hierin opgenomen, in full color. Het boek – 14,8 x 22 cm, met 864 pagina’s binnenwerk – wordt gedrukt op zeer dun papier.
Door het dunne papier zie je de andere bomen erachter doorschemeren, De transparantie geeft een gelaagd beeld, een diepte zoals in een bos.
De teksten plaatsen we in blokjes aan de andere kant van de foto’s, zodat deze niet zichtbaar zijn als er een foto aan de andere kant is.
Het gebruik van zeer dun papier onderstreept dat we zuinig dienen om te springen met papier, immers van een boom gemaakt. Daarnaast geeft het het boek een zekere kwetsbaarheid. Wij moeten er voorzichtig mee omspringen, net als met de natuurlijke wereld.
De bladspiegel kent veel wit, en biedt daarmee ruimte voor associatie en invulling. Het vergt een actieve houding van de lezer. Tegelijkertijd is het beeld ingetogen, net als het wezen van de boom.
De kaft geven we een tactiele kwaliteit mee, als van boomschors. We moeten de fysieke wereld weer leren kennen via zintuiglijke aanraking.
Het boek wordt zichtbaar gebonden, met groen garen waarbij de lange draden blijven hangen. Een vastgeknoopt takje fungeert als ‘bladwijzer’.

Tentoonstelling: een audiovisuele installatie

Voor de installatie bedekken we wanden in een ruimte met de 1288 portretten van de bomen, elk aan ons voorgesteld als individu, met soortnaam en nummer. De bezoeker wordt aangesproken door een audiostream: een gesproken tekst, die hem/haar langs het doorgemaakte proces en het onderzoek van de verteller leidt. De tekst is soms theatraal, soms feitelijk, en in zijn totaliteit poëtisch. Hij zal gebaseerd zijn op de reeds geschreven teksten, maar zal daar ook van afwijken om hem als theatrale vertelvorm tot zijn recht te doen komen. Thema’s erin zijn: dat bomen minstens zulke complexe wezens zijn als wij mensen, met intelligentie, bewustzijn en een sociaal leven, die ons respect verdienen, dat wij mensen een bescheidener plek zouden moeten innemen op de aarde, en dat het terugvinden van onze intimiteit met de natuur een essentiële voorwaarde is voor het afwenden van de klimaatcatastrofe die op ons afkomt.

Aan het eind zwijgt de verteller en luistert de bezoeker naar een boom: we horen de sapstroom van de boom: de bezoeker wordt hiermee gevraagd om zich te verbinden met de boom als wezen, en te reflecteren op de gestelde dilemma’s en vragen, en op zijn rol ten opzichte van de boom c.q. de natuur.

Met vier wanden (hoogte 2,5 m, lengte 5,5 m) creëren we binnen de tentoonstellingslocatie een besloten ruimte.

Buiten deze besloten ruimte treft de bezoeker als eerste een leestafel aan, vol met documentair materiaal dat verwijst naar het onderzoek en het persoonlijke proces van de makers. Artikelen, stapels boeken, een pot met een zaailing van een eik, een herbarium, foto’s, krantenknipsels, folders, datasheets, citaten, tabellen, alle inventarislijsten van de telling, post-it papiertjes, foto’s van details van het bos (dat wat we gaan zien als we beter gaan kijken), alsmede een paar kleine videomonitoren met bewegend beeld:

  •  een wetenschappelijk experiment dat laat zien de planten zich bewust zijn van tijd en ruimte en van de aanwezigheid van  andere planten en voorwerpen
  • Wind die zichtbaar wordt in de bladeren van een boom, een video met als titel ‘it is through trees that we see and hear the wind’.
  • een Youtube-filmpje van mannen van de Lani-stam uit Borneo die het oerwoud toezingen.

De leestafel is een fysieke installatie, die integraal onderdeel uitmaakt van de tentoonstelling, en wordt sculpturaal vormgegeven.
De vier buitenwanden tonen levensgrote foto’s van het bos. Dit wekt de indruk dat je het bos in kunt lopen.
En dat kan ook: de bezoeker kan de ruimte tussen de 4 wanden binnentreden.
Hier wordt hij omringd door de 1288 fotoportretten van de bomen, allen voorzien van nummer, soortnaam en gemeten omtrek. Het zijn allemaal zelfstandige afdrukken in formaat 16×24 cm, met dunne spelden stuk voor stuk aan de wand opgehangen: 322 foto’s per wand, in een raster.
De bezoeker bevindt zich in het bos, dat we naar de stad hebben gebracht. We stellen onze bomen aan hem voor, elke boom een individu, in zijn totaliteit een bos. Maar dan wel een gerepresenteerd bos, een bos dat we in een strak raster tonen. Zo gaan wij met de natuur om: het mag er zijn, maar wel binnen onze grenzen en strakke kaders. Tegelijkertijd heeft het de connotatie van de inventarisatie, die het in wezen is.
Met een ‘canopy’ (schaduwnet met daaraan vastgeknoopte beweeglijke blaadjes) en belichting suggereren we het schaduweffect van de boomkruinen.
De bezoeker staat in het bos en luistert naar de geluidscompositie. Dit is een theatrale, poëtische soundscape,  die gesproken brieffragmenten over het persoonlijke proces van de verteller verweeft met objectieve en wetenschappelijke teksten, verwijzend naar filosofisch ethische, politiek-maatschappelijke vraagstukken. We horen stemmen van inheemse volken, die op een andere manier naar de wereld kijken. Aan het eind van de audiostream wordt het stil en is alleen nog de sapstroom van een boom te horen.

Meditatiekussentjes op de vloer nodigen uit tot zitten, tot luisteren, tot naar binnen keren.
Nu kan de bezoeker zich verbinden met de boom. Hier luisteren we naar de boom, naar het pulseren van de sapstroom, het traag kloppend hart van de boom, trager dan dat van ons, hij leeft in een andere tijdschaal. We nemen de trage tijd van de boom aan. Het luisteren is een daad van openstellen naar de boom, waardoor we ons kunnen verbinden met de boom. Vanuit die verbinding kunnen we reflecteren op onze plek ten opzichte van de natuur.  

De installatie prikkelt de bezoeker om met een andere blik naar de boom te kijken. Om stil te worden en te luisteren naar de boom. Om zich met de boom te verbinden.

Achtergrond van het project

Voor het project hebben wij de bomen, die in de loop van 35 jaar spontaan op een stukje land in Italië zijn opgegroeid, geteld en gefotografeerd.

Het startte vanuit een eenvoudige, pragmatische vraag, een die uit typisch menselijk eigenbelang voortkomt: welk te berekenen deel van onze ecologische schuld lossen we af met onze bomen?

Dit leidde al snel tot een wijdlopend onderzoek, naar de wonderen van bomen en de ecosystemen van bossen, naar onze omgang met bomen en de natuur in het algemeen, en naar onze plaats als mens daarin. En naar de vraag hoe het komt dat onze relatie met de natuur zo destructief is, en of – en hoe – we onze binding met de natuur kunnen herstellen.

Naast tellen legden we systematisch elke boom vast op het terrein. We maakten op deze manier een inventarisatie van het nieuw ontstane bos op ons land en willen tegelijkertijd elke afzonderlijke boom fotografisch vastleggen in  een individueel portret.

Op die manier willen we de intrinsieke waarde van elke boom benadrukken. De bomen zijn opgegroeid op het land dat wij toevallig hebben gekocht maar daarmee niet ‘van ons’. Zij hebben een autonoom recht op bestaan. Bomen zijn al veel langer bewoners van deze aarde. De oude eik op ons land staat er al van voor onze tijd en veel van de jonge eiken zullen er nakomelingen van zijn. Zij zijn voor ons belangrijk om wat ze ons bieden: opname van CO2, een beter microklimaat, opname van fijnstof, het aanmaken van bosgrond, het koelen van de lucht, en het huisvesten van diersoorten. Maar hun recht van bestaan is daar niet van afhankelijk.

Tijdens het onderzoek maakten we een proces door: van pragmatisme en optimisme naar pijn van verlies, naar gevoelens van pessimisme, machteloosheid en zelfs wanhoop, om tenslotte uit te komen bij het punt waarop we ons realiseerden dat niet alleen het bos maar ook het project zelf een toevluchtsoord was geworden in een wereld die bedreigd wordt, waarbij de betrekkelijkheid van ons bestaan in de grote geschiedenis van de aarde een idee is dat troost biedt.

Publieksprogramma

Rond de expositie en de release van het boek willen we een programma organiseren, waarin thema’s kunnen worden belicht en verdiept.  We denken aan lezingen en gesprekken, maar ook aan voorstellingen en performances.
BoomTelling gaat in de eerste plaats over het anders gaan denken over onze rol binnen de natuurlijke wereld. Het wil een kanteling in ons perspectief teweegbrengen. Dit kun je doen via de ratio – kennis en informatie – maar misschien is beleving via kunst de aangewezen weg, omdat kunst ons kan laten voelen. En dat gevoel is wat we vooral nodig hebben om radicaal anders te gaan denken.

Martine Nijhoff: concept/onderzoek/teksten
Pieter Veltkamp: concept/fotografie (www.finestrini.com)
Anders Veltkamp: concept/fotografie  (www.finestrini.com)

 

Voor Zover Tijd Reikt

Meer dan dertig jaar geleden schreef ik de eerste zinnen en scènes van wat mijn eerste filmscenario moest worden. De titel was: ‘Voor Zover Tijd Reikt’.
Ik schreef tastend, intuïtief en gevoelsmatig. Ik probeerde iets ijls en onzegbaars te vangen in beelden en dialogen.
Het verhaal dat kwam bovendrijven speelde zich af in een huis in de duinen, nabij de zee. Het ging over een moeder en een dochter, over heden en verleden, over eeuwigheid en eindigheid. Over existentiële eenzaamheid, en het schemergebied van herinneringen, over hoe het verleden onherroepelijk doorwerkt in het heden. Over een kruispunt in de tijd waar heden en verleden samenvallen tot een eeuwig moment.

Een dochter kan geen verbinding aangaan met anderen.
In een schemerachtig verleden zijn dingen gebeurd: een vader is gestorven, een moeder is gebroken achtergebleven. Een kind staat er alleen voor. Haar moeder is onbereikbaar geworden, of misschien is ze dat wel altijd al geweest.
Jaren later – ze is nu achttien – komt ze van school, een kostschool in de bergen. Ze verlangt terug naar de zee. Ze reist naar huis, naar het huis in de duinen waar ze tot haar zesde jaar woonde. Naar haar moeder.
Een telefoontje met een noodlotstijding: haar moeder is overleden. De tijd implodeert, nu bevindt ze zich ‘in een andere tijd’.
Ze reist naar de stad. Ze vindt een kamer en een baantje. Ze heeft geen toekomstplannen. Ze leeft in een luchtledige. Ze komt in contact met een man, hij doceert filosofie aan de universiteit.
Ze ontmoet de zoon van de docent. Een vonk. Het geheim van de liefde openbaart zich aan haar maar ze kan de liefde niet aangaan. Niet voordat ze de liefde van haar moeder heeft gewonnen.
Maar hoe doe je dat, over dood en tijd heen?

Het was een verhaal waar ik me sterk mee verbonden voelde, dat voor mij een diepe betekenis in zich droeg, zonder dat ik precies uit kon leggen wat die betekenis was.
In diezelfde tijd verdiepte ik me in de kunst en kunde van het scenarioschrijven. En ik werd onzeker. Was het wel goed wat ik geschreven had? De methode die ik had toegepast deugde niet, zo leerde ik. Je moest beginnen met een logline en een synopsis. Je moest een treatment schrijven. Je moest in drie zinnen kunnen vertellen waar het verhaal over ging. Je moest een dramatische structuur inbouwen.
Daarbij: waren mijn ideeën niet te abstract? Te impliciet? Was wat ik wilde vertellen niet te ontoegankelijk? Ontbeerde het drama?
Ik begon te herschrijven. Door de jaren heen werkte ik er aan, ik probeerde het om te vormen tot een scenario dat aan de eisen en verwachtingen voldeed. Met als gevolg dat ik steeds verder verwijderd raakte van de oorsprong en de betekenis die het ooit had gehad.
Ik had intussen andere scenario’s geschreven, waarbij ik probeerde de regels in het oog te houden, al lukte dat niet altijd. Sommige werden gerealiseerd. In de vertaalslag naar de realisering had ik vaak het gevoel dat er iets verloren ging van wat ik bij het schrijven voor ogen had. Jaren later bereikte ik een dood punt. Ik twijfelde aan de legitimiteit van mijn opvattingen over film als medium dat het onzegbare kan vangen. Ik vertrouwde niet meer op mijn intuïtie. Ik zag de zin van mijn werk niet meer. Ik was afgedwaald en vastgelopen.
Ik moest iets terugvinden. Ik keerde terug naar Voor Zover Tijd Reikt. Ik wilde het verhaal niet onafgemaakt achterlaten en ik wilde een pad terug zoeken naar een oorsprong. Ik zou deze tocht aangaan zonder te weten naar welk doel het zou leiden, was de opdracht. Alle wetten en regels overboord gooien. Mijn intuïtie volgen, zonder vooropgezet idee waar het toe zou leiden.

Het resultaat is dit boek: een foto-tekstboek, dat zowel een verhaal is, als de weerslag van een proces. Fictie en non-fictie.

Het ontstond in samenwerking met Pieter en Anders Veltkamp.
De fotografie van Anders, en Pieter heeft de digitale bestanden gemaakt.
Toen de dummy klaar was, hebben we besloten het in kleine oplage te laten drukken.
Het drukwerk is verzorgd door drukkerij Raddraaier.
Het is in een oplage van 15 exemplaren gedrukt, die ik op dit moment met de hand aan het inbinden ben.

Elk boek wordt uniek: elk exemplaar krijgt een originele fotoafdruk en een ‘Papierberk Polaroid’.

Het formaat is 210X260 mm, en het heeft 208 pagina’s, 48 kleurenfoto’s, en 6 andere kleurenafbeeldingen.
Mocht je belangstelling hebben om een exemplaar te kopen dan kun je contact met mij opnemen. De prijs is 60,00 euro (exclusief verzending).
De boeken zullen naar verwachting half mei gereed zijn.

Pieps en Peter

“Aangrijpend verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Zeer bijzonder boek door inhoud, vormgeving en illustraties.” (NBD Biblion)

“Wat een prachtig boek!! Ik heb het bijna in een adem uitgelezen. Wat een mooi verhaal, wat geweldig geschreven.  Het had me meteen te pakken en dat bleef zo tot het einde. Ik heb ondertussen ook erg genoten van de tekeningen. 
Kinderen zullen het met rooie oortjes lezen en het is ook een grandioos boek om voor te lezen. Ik was op meerdere momenten erg ontroerd.  Waarschijnlijk omdat het zo goed laat voelen, dat die tijd zo verschrikkelijk lang duurt als het maar niet vooruit wil met de bevrijding, de voorlopige verblijfplaatsen en het wachten op weer terug naar normaal. Zeker voor kinderen, voor wie de tijd altijd al veel langzamer gaat. Dat is allemaal heel invoelbaar beschreven.”

Pieps en Peter
Kinderboek

Pieps en Peter is het ware verhaal van de negenjarige Peter die tijdens het bevrijdingsoffensief in 1944 met zijn negen broers en zussen zijn en dorp in de Betuwe moet ontvluchten. Na aanvankelijk rustige oorlogsjaren komt het dorp tijdens Operatie Market Garden middenin de frontlinie te liggen. Zijn moeder, die arts is, en zijn poes Pieps blijven achter. Wat een evacuatie voor één of twee nachtjes zou zijn, wordt een wekenlange zwerftocht waarbij het gezin verspreid raakt over verschillende boerderijen in de Betuwe. Peters moeder is voortdurend op pad om patiënten, die her en der verspreid zitten en gewonde soldaten te verzorgen, terwijl Peter en zijn broers en zusjes zich op de boerderij waar ze zijn opgevangen moeten vermaken. Intussen komt het oorlogsgeweld steeds dichterbij en maakt hij zich grote zorgen over Pieps. Weken later is de Betuwe nog altijd niet bevrijd en wordt de toestand zo gevaarlijk dat ze worden geëvacueerd naar Eindhoven. 

Zijn jongste broertjes en zusjes, en zijn oudste zus Ans, blijven in het oorlogsgebied achter omdat die ergens anders zijn ondergebracht en de weg naar bevrijd gebied te gevaarlijk is geworden.

En Pieps blijft ook achter…

Het duurt weken voordat Peters kleinste zusjes en broertjes terecht zijn. Het gezin is dan herenigd, maar Pieps is nog steeds in het oorlogsgebied. Als na een lange winter de bevrijding eindelijk een feit is, kan Peter nog steeds niet naar huis. Met zijn broers en zussen wordt hij naar zijn tante in Utrecht gestuurd, terwijl moeder gaat proberen de zaken thuis op orde te krijgen voor hun terugkeer.

Intussen blijft Peter hopen op hereniging met Pieps.

De illustraties zijn van Pieter Veltkamp.
Onderaan elke pagina vertellen gestileerde zwart-wit beelden het verhaal van Pieps. Als de poes is achtergebleven in de Betuwe en niemand weet wat zich daar afspeelt, zien wij in de illustraties door de ogen van de poes hoe de oorlog daar huishoudt en hoe zij zich in leven houdt in het onder water gezette land dat tijdens de strenge winter veranderde in een ijzig landschap, temidden van de aanhoudende gevechten om de bruggen over de rivieren.

Het verhaal is gebaseerd op de ware geschiedenis van het gezin Van de Burg uit Heteren.

Op het Youtube-kanaal van Jan Maarten Dalmeijer is meer historisch filmmateriaal van de familie van den Burg te zien.

‘Pieps en Peter’ is uitgegeven bij uitgeverij Stili Novi.

Voor meer informatie, vragen en bestellingen van boeken kun je contact met mij opnemen via mijn emailadres: martinenijhoff@cs.com

Een Heel Bijzondere Hond

‘liefe Buodewijn
Waarom ben je naar Itaalieje gegaan?
Je zou nog draak zijn. Kom trug.
Je vrient Pieter.’

‘Een heel bijzondere hond’ gaat over Pieter en zijn hond Boudewijn, die heel bijzonder is, omdat hij altijd vrolijk is en alles begrijpt. Pieter en Boudewijn schrijven zelfs brieven aan elkaar, als de hond moet verhuizen. Ze zijn de beste maatjes. Wat het boek extra bijzonder maakt, is dat Boudewijn echt bestaat. De kinderen van schrijfster Martine Nijhoff hebben zelf ook een hond die Boudewijn heet. Hij woont, net als in het boek, in Italië. En de kinderen schrijven, net als Pieter, brieven aan hem. ‘Een heel bijzondere hond’ is een mooi boek om te zien, als je ernaar kijkt, word je nieuwsgierig en krijg je zin om het te lezen!

Pieter woont samen met zijn ouders Ida en Hendrik en zijn hond Boudewijn in een bovenhuis in de stad. Pieter denkt dat ze heel gelukkig zijn, maar dit verandert als Hendrik ineens vertrekt en Boudewijn met zich meeneemt. Nu is Pieter niet alleen zijn vader kwijt, maar ook zijn hond! Hij is erg verdrietig, maar vooral ook boos. Omdat Pieter zijn hond zo mist, gaat hij hem brieven schrijven. En hij krijgt brieven van Boudewijn terug! Hij schrijft over zijn leven in Italië, en over de reden dat Hendrik en hij weg moesten. Op een makkelijke en grappige manier leer je, samen met Pieter, een klein beetje begrijpen wat er gebeurd is tussen de ouders van Pieter. En door deze brieven gaat Pieter in de zomervakantie naar Italië toe. Hier ontdekt hij dat hij zijn vader en Boudewijn niet echt kwijt is…

Van: leesfeest.nl

‘Een heel bijzondere hond’ is een bijzonder boek door de gekozen perspectieven, de verschillende verhaallijnen, maar vooral omdat de auteur erin geslaagd is de gevoelens van een jongen zo te verwoorden en te tekenen dat de emoties van de pagina’s af lijken te spatten.

Van: vijftigwereldboeken.nl

Haar stijl is schijnbaar eenvoudig, maar met veel informatie tussen de regels door en haar dialogen zijn levensecht, zoals te verwachten van een scenarioschrijfster.

‘Gek eigenlijk, dacht Pieter, wat goed is voor de een, is juist helemaal verkeerd voor de ander.’ En het verhaal gaat weer door. Prachtig toch?! Met dit soort kleine observaties zit het boek vol.

‘Een heel bijzonder hond’ is een boek dat je niet gauw vergeet, omdat het eerlijkheid uitstraalt en omdat de schrijfster onvoorwaardelijk voor Pieter kiest. De volwassenen maken er regelmatig, maar wel op een begrijpelijke manier, een potje van. Qua sfeer en schrijversstandpunt is haar werk te vergelijken met dat van Guus Kuijer en het raakt je net zo.

Zeer origineel, humoristisch en heel veel werk. Je kunt het boek op deze manier eigenlijk twee keer lezen. ‘Een heel bijzondere hond’ is een aanrader!

Van: Leesgoed, 2003, nummer 8

Zowel het verhaal als de strip brengen het emotionele onderwerp met een luchtigheid en een relativeringsvermogen waar kinderen wat aan hebben, zeker zij die in een zelfde soort situatie verkeren. Het leest gemakkelijk en de strip voegt werkelijk iets aan het verhaal toe. Of je die nu los van het verhaal of tegelijk leest, maakt niet uit. Je verliest nergens de draad. Het blijft boeien tot het eind, als vader en zoon (en hond) in de vakantie herenigd worden.

Van: Leeuwarden Courant, 05/03/04

Prachtig hoe Hendrik hierop inspeelt en vanuit het perspectief van de hond schrijft, zonder dat dit ergens genoemd wordt, ook niet tijdens de vakantieperiode.

Met dit fraaie debuut laat de auteur zien dat ze een goed inlevingsvermogen heeft. Haar ervaring in het schrijven van scenario’s heeft ze optimaal uitgebuit, waardoor ze de lezers kan laten meevoelen in de emoties van de vader, de moeder en het kind.

Van: Friesch Dagblad

Wat ‘Een heel bijzondere hond’ tot een nog spannender leeservaring maakt, is dat langs de onderkant een stripverhaal is getekend waarin Boudewijn op zoek gaat naar de verloren knuffel van Pieter.

Van: de Volkskrant

Tippe

Tippe verwondert zich voortdurend over alles wat om haar heen gebeurt en vindt de gewone dingen niet altijd vanzelfsprekend. Ze heeft een grappige, héél eigen kijk op het leven. Naast haar woont de vier jaar oude Wander. Tippe en Wander zijn echt vriendjes van elkaar. Hun vriendschap staat altijd centraal. Samen beleven ze kleine, maar voor kinderen grootse en herkenbare avonturen. Dankzij hun vriendschap brengen ze alle avonturen tot een goed einde. En hoewel ze heel erg van elkaar verschillen, blijven ze altijd de beste vriendjes.

De 6-jarige Tippe beleeft met haar buurjongetje Wander (4 jr.) buiten schooltijd uit het dagelijks leven gegrepen avonturen in een voor kleuters herkenbare wereld: in en om het huis en de nabije omgeving van het huis.

Tippe is gerealiseerd in co-productie met de KRO Jeugd en ondersteund door het Stimuleringsfonds. 

Kleuterdramaserie, KRO. 5×9′. Scenario en regie. Producent: IJswater Films.

2006 Selection Divercine Film Festival Montevideo
2005 Nominatie Cinekid Kinderkast Televisieprijs
2005 Finalist Prix Janube
2005 Selectie Japan Prize

Tippe wordt nog steeds regelmatig door de KRO uitgezonden

Regie & Scenario
Martine Nijhoff

Cast
Lisette Livingston
Marijn Bekkenk
Sam Kosterman
Maud Kosterman

Producent
Marc Bary, IJswater Films

D.O.P.
Pieter Huisman

Editor
Sander Kuipers (Phanta Vision)

Geluid
Reneé de Kruijf

Muziek
David van der Heijden

5×10 minuten, 2005

Zevenbergen

Jeugdfilm over de eeneiige tweeling Tom en Marnix die in één bed slapen en altijd alles samen doen. Maar ineens vinden hun ouders dat de jongens daar te oud voor zijn en ze proberen de tweeling uit elkaar te halen. Wanneer de tweeling verkering krijgt met Rosa, reageert de buitenwereld afkeurend. Samen met Rosa gaan ze op zoek naar een plek waar ze wel zichzelf kunnen zijn.

Scenario: Martine Nijhoff

Regie: Janneke van Heesch
Productie: VPRO & Family Affair Films

22 minuten
Nu of Nooit 2017

Heen en Weer Dag

Synopsis:
Door de ogen van de de 9-jarige Linus beleven we de dag dat zijn moeder en haar nieuwe vriend de spullen uit huis komen halen. De impact van een scheiding, verbeeld door de details van de verhuizing.

Scenario Martine Nijhoff (naar een boek van Stefan Boonen)

Regie Mirjam de With
Producent: Family Affair Films

Cast: Faas Wijn, Jeroen Spitzenberger, Rifka Lodeizen

Adriaans Plaag

scenario Martine Nijhoff en Jos Driessen
regie Jos Driessen
producent Rolf Koot

Drama, 35 mm, 10 minuten

Met Theo Maassen, Herman van de Wijdeven en Betty Schuurman.

Officiële selectie korte filmfestival van Clermont-Ferrand.

In de intensieve veehouderij slaat het noodlot toe. Als de MKZ-crisis tijdelijk bedwongen lijkt, is er varkenspest, of het zoveelste geval van BSE. Tegen deze achtergrond speelt dit korte boerendrama.

De veertigjarige varkensboer Adriaan balanceert op de rand van faillissement. Bovendien is zijn huwelijk met Maria, tot beider teleurstelling, kinderloos gebleven. Als een veevoerhandelaar (Theo Maassen) hem een partij goedkoop voer aanbiedt, grijpt Adriaan deze kans met beide handen aan. Maar dan breekt er varkenspest uit onder zijn varkens. Hij verzwijgt dit voor zijn vrouw en probeert de louche handelaar onder druk te zetten. Maar al snel blijkt dat Adriaan degene is die onder druk wordt gezet.

Voor Zover Tijd Reikt

Hoe maak je wezenlijk contact met de ander? Wat is de betekenis van het menselijk bestaan binnen de context van de eeuwigheid? Hoe kun je iemand liefhebben terwijl je de ander nooit tot in zijn diepste wezen kunt kennen? Wie zijn we, wat betekenen onze levens? Hoe kun je niet alleen zijn?

Voor Zover Tijd is een verhaal. Over een moeder en een dochter, over heden en verleden, over eeuwigheid en eindigheid. Over de zee.

Het is tevens de weerslag van een proces. Over beginnen en afdwalen. Over vastlopen. Over tasten in een duisternis. Luisteren. En opnieuw beginnen.

Tekst
Martine Nijhoff