BoomTelling

BoomTelling | TreeCount
Martine Nijhoff │ Anders Veltkamp │Pieter Veltkamp

Boek en audiovisuele installatie

Dertig jaar geleden bestond ons stuk Toscaans land van 2,5 hectare uit kale, braakliggende terrassen. Er stonden alleen hier en daar wat olijfbomen langs de randen van de terrassen en daartussen verwilderde druiven. Door het land ongemoeid te laten kwamen er vanzelf bomen op. Eiken, esdoorns, meidoorns, een verspreide den.

Onder de bomen ontstonden diverse ecosystemen. Sommige velden staan in de lente vol met orchideeën, andere plekken zijn woest en ondoordringbaar met braamstruiken, wilde rozen en brem.

Het project begon met het tellen en systematisch vastleggen van elke boom op het terrein. We maakten op deze manier een inventarisatie van het nieuw ontstane bos op ons land en willen tegelijkertijd elke afzonderlijke boom fotografisch vastleggen in  een individueel portret.

Op die manier willen we de intrinsieke waarde van elke boom benadrukken. De bomen zijn opgegroeid op het land dat wij toevallig hebben gekocht maar daarmee niet ‘van ons’. Zij hebben een autonoom recht op bestaan. Bomen zijn al veel langer bewoners van deze aarde. De oude eik op ons land staat er al van voor onze tijd en veel van de jonge eiken zullen er nakomelingen van zijn. Zij zijn voor ons belangrijk om wat ze ons bieden: opname van CO2, een beter microklimaat, opname van fijnstof, het aanmaken van bosgrond, het koelen van de lucht, en het huisvesten van diersoorten. Maar hun recht van bestaan is daar niet van afhankelijk.

TreeCount │BoomTelling startte vanuit een eenvoudige, pragmatische vraag,  een die uit typisch menselijk eigenbelang voortkomt: welke te berekenen deel van onze ecologische schuld lossen we af met onze bomen?  Maar al snel werd het een wijdlopend onderzoek naar de grote vragen en thema’s rond de tijd waarin we leven: hoe zorgen we ervoor dat de aarde leefbaar blijft? Kunnen we nog iets doen, of is een catastrofe onafwendbaar? Hoe gaan we om met het wetenschap dat we de oorzaak zijn van de teloorgang van de natuur en wellicht van de wereld? Wat doet dit met onze psyche? Hebben we wel het recht om bomen – vaak ouder dan we ons kunnen voorstellen – te kappen voor ons gewin? Moeten we niet meer eerbied voor de natuur tonen, voor bomen, voor het besef dat we de aarde niet bezitten, dat we het recht niet hebben om ons alles wat er op aarde leeft toe te eigenen en te exploiteren voor ons nut. Moeten we ons als mens niet bescheidener opstellen ten opzichte van de wezens die op deze aarde al veel langer aanwezig zijn?

We verdiepten ons in software waarmee je via de omvang van de kruin van een boom de hoeveelheid CO2 kunt berekenen die wordt opgenomen, maar ook in boeken over het gecompliceerde ondergrondse leefsysteem van bomen. We lazen fictie en non-fictie waarin de boom een centrale rol had, en doken in de pessimistische essays van het Dark Mountain Project. We lazen elk artikel over ontbossing en de bedreiging van ecosystemen die we onder ogen kregen. En dan waren er veel. We leerden over de economische systemen die hiermee samenhangen, en zagen psychologische rapporten over het verschijnsel milieu depressie en landschapspijn. We stelden ons vragen over onze verhouding als mens tegenover de natuur en verdiepten ons in de filosofische context van deze vragen.

Tijdens het onderzoek maakten we een emotioneel proces door: van pragmatisme en optimisme naar pijn van verlies, naar gevoelens van pessimisme, machteloosheid en zelfs wanhoop, om tenslotte uit te komen bij het punt waarop we ons realiseerden dat niet alleen het bos maar ook het project zelf een toevluchtsoord was geworden in een wereld die bedreigd wordt, waarbij de betrekkelijkheid van ons bestaan in de grote geschiedenis van de aarde een idee is dat troost biedt.

Boek

Het boek bevat foto’s en tekst. De centrale vraag is hoe je in deze tijd moet leven, schuldig aan de ecologische uitputting van de aarde, en in het besef dat deze aarde feitelijk tot ondergang gedoemd is.
Het onderzoek en het sombere perspectief leidde op een bepaald punt ook tot een persoonlijke crisis, gevolgd en een zoektocht naar hoop.

De hoofdlijn zal bestaan uit brieven aan een fictief personage, die het emotionele en psychologisch proces – van pragmatisme en optimisme naar pijn van verlies en gevoelens van pessimisme en machteloosheid en zelfs wanhoop – weerspiegelt. Om tenslotte uit te komen bij een punt waarop de ik-persoon zich realiseert dat niet alleen het stukje land waar zij zich terug trekt, bos maar ook het BoomTelling-project zelf een toevluchtsoord is geworden in een wereld die bedreigd wordt.

Installatie

Voor de installatie bedekken we wanden in een ruimte met de 1288 portretten van de bomen, elk aan ons voorgesteld als individu, met soortnaam en nummer. De bezoeker wordt aangesproken door een audiostream: een gesproken tekst, die hem/haar langs het doorgemaakte proces en het onderzoek van de verteller leidt. De tekst is soms theatraal, soms feitelijk, en in zijn totaliteit poëtisch. Hij zal gebaseerd zijn op de reeds geschreven teksten, maar zal daar ook van afwijken om hem als theatrale vertelvorm tot zijn recht te doen komen. Thema’s erin zijn: dat bomen minstens zulke complexe wezens zijn als wij mensen, met intelligentie, bewustzijn en een sociaal leven, die ons respect verdienen, dat wij mensen een bescheidener plek zouden moeten innemen op de aarde, en dat het terugvinden van onze intimiteit met de natuur een essentiële voorwaarde is voor het afwenden van de klimaatcatastrofe die op ons afkomt.

Aan het eind zwijgt de verteller en luistert de bezoeker naar een boom: we horen de sapstroom van de boom: de bezoeker wordt hiermee gevraagd om zich te verbinden met de boom als wezen, en te reflecteren op de gestelde dilemma’s en vragen, en op zijn rol ten opzichte van de boom c.q. de natuur.

Onderdeel van de installatie is een ‘leestafel’: een tafel met het onderzoeksmateriaal en bronnen. Dit zou een installatie op zich kunnen zijn. Lijsten van de telling, artikelen, datasheets, citaten, tabellen, pagina’s van het door de hoofdpersoon gemaakte herbarium, de stapel boeken met post-it papiertjes tussen de pagina’s, het potje met de enige gelukte eikenzaailing, gedroogde bladeren.

Het wijst op de vele stemmen, bekende en onbekende, wetenschappelijke, poëtische, inheemse, strijdbare en kwetsbare stemmen, waarin mensen zich hopelijk verder in zouden willen verdiepen.

Publieksprogramma

Rond de expositie en de release van het boek willen we een programma organiseren, waarin thema’s kunnen worden belicht en verdiept.  We denken aan lezingen en gesprekken, maar ook aan voorstellingen en performances.
BoomTelling gaat in de eerste plaats over het anders gaan denken over onze rol binnen de natuurlijke wereld. Het wil een kanteling in ons perspectief teweegbrengen. Dit kun je doen via de ratio – kennis en informatie – maar misschien is beleving via kunst de aangewezen weg, omdat kunst ons kan laten voelen. En dat gevoel is wat we vooral nodig hebben om radicaal anders te gaan denken.

Wie wij zijn

Martine Nijhoff: concept/onderzoek/teksten
Pieter Veltkamp: concept/fotografie (www.finestrini.com)
Anders Veltkamp: concept/fotografie  (www.finestrini.com)

De urgentie om deze tentoonstelling te maken is groot.

 

Voor Zover Tijd Reikt

Meer dan dertig jaar geleden schreef ik de eerste zinnen en scènes van wat mijn eerste filmscenario moest worden. De titel was: ‘Voor Zover Tijd Reikt’.
Ik schreef tastend, intuïtief en gevoelsmatig. Ik probeerde iets ijls en onzegbaars te vangen in beelden en dialogen.
Het verhaal dat kwam bovendrijven speelde zich af in een huis in de duinen, nabij de zee. Het ging over een moeder en een dochter, over heden en verleden, over eeuwigheid en eindigheid. Over existentiële eenzaamheid, en het schemergebied van herinneringen, over hoe het verleden onherroepelijk doorwerkt in het heden. Over een kruispunt in de tijd waar heden en verleden samenvallen tot een eeuwig moment.

Een dochter kan geen verbinding aangaan met anderen.
In een schemerachtig verleden zijn dingen gebeurd: een vader is gestorven, een moeder is gebroken achtergebleven. Een kind staat er alleen voor. Haar moeder is onbereikbaar geworden, of misschien is ze dat wel altijd al geweest.
Jaren later – ze is nu achttien – komt ze van school, een kostschool in de bergen. Ze verlangt terug naar de zee. Ze reist naar huis, naar het huis in de duinen waar ze tot haar zesde jaar woonde. Naar haar moeder.
Een telefoontje met een noodlotstijding: haar moeder is overleden. De tijd implodeert, nu bevindt ze zich ‘in een andere tijd’.
Ze reist naar de stad. Ze vindt een kamer en een baantje. Ze heeft geen toekomstplannen. Ze leeft in een luchtledige. Ze komt in contact met een man, hij doceert filosofie aan de universiteit.
Ze ontmoet de zoon van de docent. Een vonk. Het geheim van de liefde openbaart zich aan haar maar ze kan de liefde niet aangaan. Niet voordat ze de liefde van haar moeder heeft gewonnen.
Maar hoe doe je dat, over dood en tijd heen?

Het was een verhaal waar ik me sterk mee verbonden voelde, dat voor mij een diepe betekenis in zich droeg, zonder dat ik precies uit kon leggen wat die betekenis was.
In diezelfde tijd verdiepte ik me in de kunst en kunde van het scenarioschrijven. En ik werd onzeker. Was het wel goed wat ik geschreven had? De methode die ik had toegepast deugde niet, zo leerde ik. Je moest beginnen met een logline en een synopsis. Je moest een treatment schrijven. Je moest in drie zinnen kunnen vertellen waar het verhaal over ging. Je moest een dramatische structuur inbouwen.
Daarbij: waren mijn ideeën niet te abstract? Te impliciet? Was wat ik wilde vertellen niet te ontoegankelijk? Ontbeerde het drama?
Ik begon te herschrijven. Door de jaren heen werkte ik er aan, ik probeerde het om te vormen tot een scenario dat aan de eisen en verwachtingen voldeed. Met als gevolg dat ik steeds verder verwijderd raakte van de oorsprong en de betekenis die het ooit had gehad.
Ik had intussen andere scenario’s geschreven, waarbij ik probeerde de regels in het oog te houden, al lukte dat niet altijd. Sommige werden gerealiseerd. In de vertaalslag naar de realisering had ik vaak het gevoel dat er iets verloren ging van wat ik bij het schrijven voor ogen had. Jaren later bereikte ik een dood punt. Ik twijfelde aan de legitimiteit van mijn opvattingen over film als medium dat het onzegbare kan vangen. Ik vertrouwde niet meer op mijn intuïtie. Ik zag de zin van mijn werk niet meer. Ik was afgedwaald en vastgelopen.
Ik moest iets terugvinden. Ik keerde terug naar Voor Zover Tijd Reikt. Ik wilde het verhaal niet onafgemaakt achterlaten en ik wilde een pad terug zoeken naar een oorsprong. Ik zou deze tocht aangaan zonder te weten naar welk doel het zou leiden, was de opdracht. Alle wetten en regels overboord gooien. Mijn intuïtie volgen, zonder vooropgezet idee waar het toe zou leiden.

Het resultaat is dit boek: een foto-tekstboek, dat zowel een verhaal is, als de weerslag van een proces. Fictie en non-fictie.

Het ontstond in samenwerking met Pieter en Anders Veltkamp.
De fotografie van Anders, en Pieter heeft de digitale bestanden gemaakt.
Toen de dummy klaar was, hebben we besloten het in kleine oplage te laten drukken.
Het drukwerk is verzorgd door drukkerij Raddraaier.
Het is in een oplage van 15 exemplaren gedrukt, die ik op dit moment met de hand aan het inbinden ben.

Elk boek wordt uniek: elk exemplaar krijgt een originele fotoafdruk en een ‘Papierberk Polaroid’.

Het formaat is 210X260 mm, en het heeft 208 pagina’s, 48 kleurenfoto’s, en 6 andere kleurenafbeeldingen.
Mocht je belangstelling hebben om een exemplaar te kopen dan kun je contact met mij opnemen. De prijs is 60,00 euro (exclusief verzending).
De boeken zullen naar verwachting half mei gereed zijn.

Voor Zover Tijd Reikt

Hoe maak je wezenlijk contact met de ander? Wat is de betekenis van het menselijk bestaan binnen de context van de eeuwigheid? Hoe kun je iemand liefhebben terwijl je de ander nooit tot in zijn diepste wezen kunt kennen? Wie zijn we, wat betekenen onze levens? Hoe kun je niet alleen zijn?

Voor Zover Tijd is een verhaal. Over een moeder en een dochter, over heden en verleden, over eeuwigheid en eindigheid. Over de zee.

Het is tevens de weerslag van een proces. Over beginnen en afdwalen. Over vastlopen. Over tasten in een duisternis. Luisteren. En opnieuw beginnen.

Tekst
Martine Nijhoff